NLEN

Een brief aan Europa

Van iemand die vertrok, maar om je bleef geven

Mérida, 7 september 2026

Beste Europa,

Vijf jaar geleden vertrok ik.

Daarvoor bracht ik het grootste deel van mijn leven bij jou door. Ik groeide op in Nederland, bouwde meer dan twintig jaar bedrijven op en gaf mensen werk in Amsterdam, reisde door het continent en zag Europa in mijn leven enorm veranderen.

Mijn vertrek betekende niet dat ik minder om Europa gaf. Mijn familie en vrienden wonen er nog steeds. Ik volg de Europese politiek, het bedrijfsleven en de samenleving op de voet. En misschien heeft afstand sommige veranderingen juist beter zichtbaar gemaakt.

Het Europa dat ik me herinner uit de jaren negentig en het begin van deze eeuw was niet perfect. Ik heb geen behoefte om te doen alsof dat wel zo was. Maar het voelde optimistisch. Grenzen gingen open. Technologie creëerde kansen. Bedrijven groeiden. De levensstandaard steeg. Er was een breed gevoel dat het volgende decennium waarschijnlijk beter zou worden dan het vorige.

Dat gevoel is veranderd.

Europa is naar mondiale maatstaven nog steeds buitengewoon welvarend. Je hebt nog altijd enkele van de beste steden, universiteiten, bedrijven, wetenschappers, ingenieurs, werknemers, boeren en culturele instellingen ter wereld. Je beschikt bovendien over hoogwaardige infrastructuur. Aan talent of potentieel ontbreekt het niet.

Toch lijkt het gewone leven voor steeds meer mensen moeilijker te zijn geworden.

Een woning is steeds moeilijker te betalen. Energie kost meer dan nodig is. Zorgstelsels kampen met capaciteitsproblemen. Een bedrijf beginnen kan betekenen dat je door een enorme hoeveelheid administratie moet. Iemand in dienst nemen kan duur zijn, terwijl die werknemer zich nog steeds slecht betaald voelt. Jongvolwassenen stellen zelfstandig wonen, gezinsvorming of kinderen krijgen uit. Boeren besteden steeds meer tijd aan regels en steeds minder aan boeren.

En terwijl dit allemaal gebeurt, lijkt de overheid vaak beter in het creëren van verplichtingen dan in het oplossen van basale problemen.

Het rapport van Mario Draghi over het Europese concurrentievermogen zette cijfers achter een deel van dat gevoel. Lagere productiviteit verklaart ongeveer 70% van het verschil in bbp per hoofd tussen de EU en de Verenigde Staten, terwijl het reëel besteedbaar inkomen per persoon in de Verenigde Staten sinds 2000 bijna twee keer zoveel is gegroeid. Algemene bbp-vergelijkingen verschillen sterk afhankelijk van de vraag of marktprijzen of koopkrachtpariteit worden gebruikt; daarom hecht ik meer waarde aan productiviteit en huishoudinkomen. (Europese Commissie - Draghi-rapport)

De woningmarkt vertelt een ander deel van het verhaal. In de EU stegen de nominale huizenprijzen tussen 2015 en eind 2025 met 64,9%, terwijl huren met 21,8% stegen. (Eurostat) Tegelijk krimpt de beroepsbevolking in aanzienlijke delen van Europa en kampt energie-intensieve industrie met een blijvend kostennadeel.

Europa is natuurlijk niet één plek. Amsterdam is Napels niet, Helsinki is Boekarest niet en Warschau is Parijs niet. De oorzaken en ernst van deze problemen verschillen enorm.

Maar steeds meer denk ik dat veel ervan iets gemeenschappelijks hebben.

Europa heeft in enkele decennia kosten, complexiteit, verplichtingen en institutionele macht sneller laten groeien dan welvaart, productieve capaciteit en het vermogen van gewone mensen om hun eigen leven vorm te geven.

Vooral dat laatste vind ik belangrijk.

Zeggenschap.

De mogelijkheid om te werken, iets te bezitten, iets op te bouwen, iemand in dienst te nemen, kinderen groot te brengen, te kiezen hoe je hen onderwijst, een bedrijf te beginnen, een betekenisvol deel van wat je verdient over te houden en enige invloed te hebben op de instellingen die namens jou beslissingen nemen.

Daar heeft Europa volgens mij weer meer van nodig.

Dit is geen tienpuntenplan waarmee ik denk een continent te kunnen oplossen. Het zijn simpelweg de dingen die ik je zou willen vragen opnieuw te overwegen als het doel is Europa weer te laten floreren.

Je bent te ingewikkeld geworden

Wanneer ik pleit voor een kleinere overheid, bedoel ik niet minder verpleegkundigen, leraren, politieagenten, rechters of mensen die infrastructuur onderhouden. Op veel plaatsen heeft Europa juist meer mensen nodig die dat werk doen.

Wat er minder nodig is, zijn de lagen eromheen.

In de loop van tientallen jaren hebben overheden procedures, rapportageverplichtingen, afdelingen, agentschappen, consultaties, uitzonderingen, bezwaarprocedures en overlappende verantwoordelijkheden opgestapeld. De ene instantie vraagt om informatie die een andere al heeft. Een vergunning verhuist van bureau naar bureau zonder dat duidelijk is wie verantwoordelijk is voor de beslissing. Regels die ooit zijn gemaakt om een probleem op te lossen blijven bestaan, terwijl nieuwe regels erbovenop komen.

Ondertussen kunnen beslissingen die de overheid juist wél moet nemen jarenlang duren.

Een bouwvergunning hoort niet in een administratief doolhof te verdwijnen. Een netaansluiting hoort geen jarenlange onzekerheid op te leveren. Een rechtszaak hoort niet eindeloos te blijven liggen. Een asielprocedure hoort geen jaren te duren. Infrastructuur hoort geen decennium aan procedures te vereisen voordat de bouw kan beginnen.

Ik heb liever minder administratieve lagen en meer mensen die duidelijk verantwoordelijk zijn voor beslissingen.

Stel termijnen. Maak iemand eigenaar van het besluit. Evalueer regelgeving na een aantal jaren en schaf regels af die te weinig opleveren om hun kosten nog te rechtvaardigen. Vraag burgers en bedrijven niet steeds opnieuw om informatie die de overheid al bezit. Gebruik technologie om werk weg te nemen in plaats van bureaucratie alleen digitaal te maken.

De Europese Commissie is inmiddels zelf een omvangrijk vereenvoudigingsprogramma begonnen, onder andere om administratieve lasten voor bedrijven en boeren te verminderen. (Europese Commissie) Dat zou normale bestuurspraktijk moeten worden, geen grote schoonmaak eens per tien jaar.

Europa is heel goed geworden in het bouwen van waarborgen tegen een verkeerde beslissing. Maar op een gegeven moment wordt het onvermogen om überhaupt een beslissing te nemen zelf een ernstige tekortkoming.

Breng beslissingen weer dichter bij mensen

Ik wil niet dat de Europese Unie verdwijnt.

Op sommige terreinen wil ik juist een effectiever Europa.

Een echte interne markt is waardevol. Europese kapitaalmarkten zijn logisch. Internationale handel, grensoverschrijdende energie-infrastructuur, samenwerking aan de buitengrens, strategische technologie, onderzoek en defensie profiteren allemaal van schaal.

Dat zijn terreinen waarop honderden miljoenen Europeanen samen invloed hebben die afzonderlijke landen niet hebben.

Maar Europese samenwerking betekent niet dat iedere beslissing omhoog moet worden getrokken.

Veel beslissingen over onderwijs, zorg, gezinsbeleid, wonen, cultuur, politie en het dagelijks leven horen dichter bij de mensen die ermee te maken krijgen.

De EU heeft daar al een woord voor: subsidiariteit. (Europees Parlement)

Gebruik het.

Laat gemeenten beslissen wat gemeenten aankunnen. Laat regio's beslissen wat regio's aankunnen. Laat landen beslissen wat landen aankunnen. Verplaats bevoegdheden naar Brussel wanneer gezamenlijk optreden aantoonbaar iets oplevert dat afzonderlijke landen niet kunnen bereiken.

Complexiteit komt overigens niet alleen uit Brussel. Nationale regeringen voegen regelmatig eigen eisen toe aan Europese regels, waarna regionale en lokale overheden nog een laag kunnen toevoegen. Tegen de tijd dat een burger of bedrijf ermee te maken krijgt, lijkt niemand meer verantwoordelijkheid te willen nemen voor het resultaat.

Ik heb liever Europese instellingen die een beperkt aantal belangrijke dingen uitzonderlijk goed doen dan instellingen die direct of indirect bij bijna alles betrokken zijn.

Maar beslissingen dichter bij mensen brengen gaat niet alleen over welk bestuursniveau beslist. Het gaat ook over luisteren naar de mensen die met de gevolgen moeten leven.

Te vaak lijkt inspraak pas te beginnen nadat de belangrijkste keuze al is gemaakt. Burgers mogen reageren, formulieren invullen of aanschuiven bij een bijeenkomst, maar hebben niet het gevoel dat hun inbreng de uitkomst nog werkelijk kan veranderen.

Dat moet anders. Betrek inwoners eerder bij grote beslissingen die hun dagelijks leven, buurt, inkomen of toekomst ingrijpend veranderen. Leg niet alleen uit wat er is besloten, maar ook waarom, welke alternatieven zijn overwogen en wat er met bezwaren is gedaan. En als een duidelijke meerderheid ergens langdurig tegen is, behandel dat dan niet automatisch als een communicatieprobleem dat met betere uitleg kan worden opgelost.

Democratie is meer dan eens in de paar jaar stemmen. Mensen moeten het gevoel hebben dat hun stem ook tussen verkiezingen door betekenis heeft. De overheid moet dichter bij de mensen komen te staan, niet verder van hen af.

Maak werken weer meer waard

Er klopt iets niet aan een economie waarin werkgevers werknemers duur vinden terwijl werknemers zich tegelijkertijd onderbetaald voelen.

Beiden kunnen gelijk hebben.

Tussen wat een bedrijf betaalt en wat een werknemer daadwerkelijk kan besteden zitten belastingen, werkgeversbijdragen, werknemersbijdragen en soms het verlies van toeslagen of uitkeringen wanneer het inkomen stijgt.

Dat verschil verdient veel meer politieke aandacht.

Een eerste werknemer aannemen zou niet moeten voelen alsof je een enorm juridisch risico neemt. Een bedrijf met tien werknemers zou geen eigen compliance-afdeling nodig moeten hebben. Arbeidscontracten moeten begrijpelijk zijn, ontslagprocedures voorspelbaar en extra werken moet iemand financieel merkbaar vooruithelpen.

Ik weet dat een flexibelere arbeidsmarkt een keerzijde heeft. Als een arbeidsrelatie gemakkelijker kan worden beëindigd, is die specifieke baan minder zeker.

Maar ik bescherm liever de persoon dan dat we iedere afzonderlijke baan bijna permanent proberen te maken.

Dat betekent goede bescherming bij werkloosheid, omscholing, overdraagbare voorzieningen en een economie waarin het realistisch is om ander werk te vinden. Zekerheid moet deels voortkomen uit het vertrouwen dat je kunt herstellen na het verlies van een baan, niet alleen uit het bijna onmogelijk maken om die baan te verliezen.

En als iemand meer werkt, moet diegene een betekenisvol deel van dat extra inkomen kunnen houden.

Waardeer de mensen die dingen produceren

Europa heeft een vreemde relatie ontwikkeld met producenten.

Ondernemers, boeren, werkgevers, vakmensen en bedrijfseigenaren zijn essentieel voor vrijwel alles wat de overheid vervolgens wil financieren, maar politieke systemen ontmoeten hen vaak in de eerste plaats als partijen die moeten worden belast, gereguleerd, gecontroleerd of gecorrigeerd.

De landbouw laat die tegenstelling bijzonder goed zien.

Europa besteedt enorme bedragen aan landbouwsubsidies via het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Tegelijkertijd worden boeren geconfronteerd met een enorme opeenstapeling van regels, milieueisen, rapportageverplichtingen en onzekerheid.

Nederland is daarvan een bijzonder zichtbaar voorbeeld.

Ik ben er niet van overtuigd dat het stikstofprobleem, zoals het politiek is neergezet, ook maar in de buurt komt van een rechtvaardiging voor de economische en maatschappelijke gevolgen die eraan zijn verbonden. Anderen zullen het daar krachtig mee oneens zijn. Dat is een debat dat we juist moeten voeren.

Maar proportionaliteit doet ertoe.

Toen het kabinet in juni zijn stikstofpakket presenteerde, beschreef premier Rob Jetten een land waarin vergunningen vastzaten, projecten waren vertraagd en boeren geen duidelijkheid hadden over hun toekomst. De maatregelen die volgden leidden opnieuw tot boerenprotesten, en ook maanden later wisten veel boeren nog steeds niet precies wat het beleid voor hun individuele bedrijf zou betekenen. (Rijksoverheid)

Wat iemand ook vindt van de milieumodellen achter dat beleid, deze uitkomst zou ons zorgen moeten baren.

Een systeem waarin boeren niet kunnen plannen, woningen niet kunnen worden gebouwd, infrastructuur wordt vertraagd en de overheid zelf nauwelijks vergunningen kan afgeven, functioneert niet goed.

Hetzelfde geldt voor bedrijven.

Regels die passend zijn voor Cargill horen niet automatisch in dezelfde vorm op een familieboerderij terecht te komen. Compliance-systemen die zijn ontworpen rond Siemens horen niet ongewijzigd op een bedrijf met vijftien werknemers te landen.

En wanneer een bedrijf succesvol wordt, zou uitbreiden binnen Europa veel eenvoudiger moeten zijn.

Een succesvol Amsterdams bedrijf zou niet het gevoel moeten krijgen opnieuw te moeten beginnen wanneer het uitbreidt naar Frankrijk, Duitsland, Italië of Spanje. Hier wil ik juist méér Europa: eenvoudiger grensoverschrijdende ondernemingsvormen, eenvoudiger werknemersparticipatie, diepere kapitaalmarkten en minder barrières voor schaalvergroting.

In maart 2026 stelde de Europese Commissie EU Inc. voor, een optioneel Europees ondernemingsregime dat digitale oprichting en grensoverschrijdende schaalvergroting eenvoudiger moet maken. (Europese Commissie)

Mensen die bedrijven bouwen, anderen werk geven, voedsel produceren en hun eigen kapitaal riskeren, zouden het gevoel moeten hebben dat Europa hen hier wil houden.

Zorg dat je kinderen weer een huis kunnen betalen

Wonen is misschien wel het duidelijkste voorbeeld van een probleem dat Europa blijft beheren in plaats van oplossen.

Als tien huishoudens vijf woningen willen, creëer je geen zesde woning door alle tien meer koopkracht te geven.

Je moet er één bouwen.

En daarna nog één.

En nog één.

Daarvoor moet geschikte grond beschikbaar komen, moet waar infrastructuur het toelaat dichter worden gebouwd, moeten normale projecten voorspelbare beslistermijnen krijgen en moeten vervoer, nutsvoorzieningen, scholen en zorg tegelijk met nieuwe wijken worden aangelegd.

Snellere goedkeuring betekent niet dat normen verdwijnen. Het betekent dat er een beslissing wordt genomen.

De oorzaken van woningtekorten verschillen per land en regio. Planregels, rente, bouwkosten, grondprijzen, huishoudensvorming, investeringsvraag en bevolkingsgroei spelen allemaal een rol.

Migratie speelt op sommige plaatsen een grotere rol dan op andere. In Nederland ging sterke, door migratie gedreven bevolkingsgroei samen met een al ernstig woningtekort. Doen alsof die twee zaken niets met elkaar te maken hebben is net zo weinig behulpzaam als doen alsof migratie de enige oorzaak is.

Bevolkingsgroei en fysieke capaciteit moeten samen worden bekeken.

Jonge Europeanen moeten een realistisch pad naar een eigen woning hebben. Wanneer mensen met een goede baan het ouderlijk huis niet kunnen verlaten, niet kunnen sparen voor een woning en zich niet kunnen voorstellen kinderen te kunnen betalen, werkt er iets fundamenteels niet meer.

Beslis wie mag blijven

Het Europese immigratiedebat is zo emotioneel geladen geraakt dat zelfs basale bestuurlijke competentie ideologisch kan klinken.

Dat zou niet zo moeten zijn.

Een functionerend immigratie- en asielsysteem moet binnen een redelijke termijn kunnen bepalen of iemand het recht heeft te blijven.

Als iemand recht heeft op bescherming, laat die persoon dan beginnen met het opbouwen van een leven. Laat hem of haar werken. Verwacht dat diegene de taal leert, deelneemt en bijdraagt.

Als iemand na een zorgvuldige juridische procedure geen recht heeft om te blijven, zou die beslissing normaal gesproken tot vertrek moeten leiden.

In 2025 vaardigden EU-landen bijna 492.000 bevelen tot vertrek uit, terwijl ongeveer 135.000 terugkeerbewegingen naar derde landen na zo'n bevel werden geregistreerd. Die cijfers gaan niet exact over dezelfde mensen, maar het verschil laat wel zien hoe groot het handhavingsprobleem is. (Eurostat)

Een systeem dat beslissingen neemt maar ze vaak niet kan uitvoeren, verliest uiteindelijk bij iedereen geloofwaardigheid.

Legale migratie moet daarnaast worden gekoppeld aan werkelijke capaciteit. Werkgevers die mensen nodig hebben zijn één factor. Woningaanbod, scholen, zorg, lonen, infrastructuur en integratiecapaciteit zijn andere factoren.

Europa zal immigranten blijven nodig hebben en er op veel plaatsen baat bij hebben. Maar migratie moet gecontroleerd en doelgericht zijn.

Persoonlijk ben ik sceptischer over massa-immigratie dan deze tekst tot nu toe misschien deed vermoeden. Ik geloof niet dat het voortdurend vergroten van de bevolking via migratie een duurzaam alternatief is voor het oplossen van problemen rond productiviteit, gezinsvorming, onderwijs of de arbeidsmarkt.

Of regeringen het huidige migratieniveau bewust hebben nagestreefd of dat het het resultaat is van een opeenvolging van beleidskeuzes en prikkels, hoeven we hier niet op te lossen. De uitkomst moet hoe dan ook eerlijk worden beoordeeld.

Als woningen, publieke diensten, integratie of maatschappelijk draagvlak de bevolkingsgroei niet kunnen bijhouden, is hetzelfde beleid voortzetten en bezwaren immoreel noemen geen oplossing.

Bescherm het milieu zonder CO₂-reductie als doel op zichzelf

Hier wijkt mijn opvatting waarschijnlijk het duidelijkst af van de politieke mainstream in Europa.

Ik geef om het milieu.

Ik wil schone lucht, schone rivieren, gezonde bodem, gezonde bossen, minder plastic in de oceanen, betere afvalverwerking, schonere industrie en producten die langer meegaan en minder directe vervuiling veroorzaken.

Waar ik van mening verschil, is de plaats die CO₂ in het Europese milieubeleid heeft gekregen.

Zelfs iemand die de gangbare klimaatwetenschap volledig accepteert, krijgt te maken met een vraag die de wetenschap alleen niet kan beantwoorden: welke maatregelen zijn verstandig, effectief, betaalbaar en hun gevolgen waard? Dat zijn vragen van verhouding en prioriteit, niet simpelweg van natuurkunde. En juist op proportionaliteit is Europa volgens mij de weg kwijtgeraakt.

Europa heeft al een structureel energienadeel. Het importeert een groot deel van zijn energie, en het wegvallen van goedkoop Russisch pijpleidinggas heeft een enorme invloed gehad op industriële elektriciteitsprijzen. Klimaatbeleid is niet de belangrijkste reden dat Europese energie duurder is dan Amerikaanse energie. Het IMF schatte dat zelfs zonder CO₂-beprijzing meer dan 90% van het prijsverschil voor elektriciteit tussen Europa en de Verenigde Staten zou blijven bestaan. (IMF)

Dat maakt het des te belangrijker om dit nadeel niet verder te vergroten.

Ik vind ook dat Europa veel opener moet staan voor kernenergie. Voor mij is het een serieuze schone energieoptie: betrouwbare, grootschalige energie die hernieuwbare bronnen kan aanvullen en de afhankelijkheid van geïmporteerde brandstoffen kan verkleinen. Kernenergie kent reële afwegingen, waaronder kosten, bouwtijd en afval, maar dat zijn uitdagingen die we moeten beheersen, geen redenen om de technologie bij voorbaat uit te sluiten.

Mijn zorg is waar toekomstige investeringen terechtkomen. Waar wordt de volgende chemische fabriek, batterijfabriek, datacenter, staalfabriek of geavanceerde productiefaciliteit gebouwd als produceren in Europa structureel duurder blijft?

Ik zie liever dat Europa concurreert om de schoonste plek ter wereld te worden om dingen te produceren dan dat het langzaam een plek wordt waar steeds minder wordt geproduceerd.

Beoordeel milieubeleid op zichtbare resultaten: schone lucht, schoon water, gezonde bodem, biodiversiteit, vervuiling, afval, betrouwbare energie, betaalbaarheid en de milieubelasting van productie.

Voor mij is CO₂ geen vervuilingsmaatstaf waaraan we de kwaliteit van ons milieu zouden moeten afmeten. Ik zou Europees milieubeleid daarom richten op concrete vervuiling en aantoonbare schade, niet op het steeds verder terugdringen van CO₂ als doel op zichzelf.

Verwar het systeem niet met het doel

Zorg en onderwijs zijn twee terreinen waarop institutionele structuren geleidelijk doelen op zichzelf kunnen worden.

Het interesseert me veel minder welk organisatiemodel een dienst levert dan of mensen daadwerkelijk toegang hebben tot een goede dienst.

In de zorg moeten patiënten binnen een redelijke termijn passende behandeling kunnen krijgen. Artsen en verpleegkundigen zouden minder tijd aan administratie moeten besteden. Goed gekwalificeerde verpleegkundigen, apothekers en andere professionals zouden meer routinetaken moeten kunnen uitvoeren waar dat veilig kan. Medische informatie moet met de patiënt meegaan.

Private aanbieders kunnen capaciteit toevoegen wanneer ze goed presteren, maar privaat is niet automatisch beter. Zij kunnen winstgevende behandelingen selecteren of zorg versnipperen. Meet daarom de resultaten.

Wachttijden. Uitkomsten. Kosten. Toegang.

Onderwijs verdient dezelfde bereidheid om oude structuren ter discussie te stellen.

Lezen, schrijven, wiskunde, wetenschap, geschiedenis en logisch redeneren moeten fundamenteel blijven. Maar ik zou veel meer praktische kennis toevoegen: persoonlijke financiën, schulden, sparen, beleggen, belastingen, contracten, basiseconomie, ondernemerschap en digitale vaardigheden.

Beroepsonderwijs zou weer een gerespecteerde eerste keuze moeten worden in plaats van een troostprijs voor mensen die niet naar de universiteit gaan.

En ja, ik vind dat ouders meer vrijheid moeten hebben over hoe hun kinderen worden onderwezen, inclusief thuisonderwijs waar dat passend is, zolang kinderen aan duidelijke onderwijsnormen voldoen en er redelijke waarborgen zijn.

Het punt is niet dat één model voor iedereen juist is.

Het punt is dat we moeten stoppen instellingen te verdedigen alleen omdat ze al in hun huidige vorm bestaan.

Maak gezinsleven weer mogelijk

Europa vergrijst.

Immigratie kan de krimp van de beroepsbevolking vertragen, maar kan een vergrijzende bevolking niet permanent oplossen. De jonge migrant van vandaag wordt uiteindelijk ook oud.

Regeringen kunnen ook geen kinderen produceren met een belastingvoordeel of subsidie.

Maar ze kunnen wel vragen waarom zoveel jonge volwassenen die zeggen een gezin te willen kinderen uitstellen, minder kinderen krijgen dan ze wilden of besluiten dat ze het helemaal niet kunnen betalen.

Wonen speelt daarin een enorme rol. Kinderopvang ook. Inkomen doet ertoe. Belastingen doen ertoe. Stabiele relaties en cultuur doen er eveneens toe, ook al heeft de overheid daar veel minder invloed op.

Werkzekerheid is ook belangrijk, maar daarmee bedoel ik niet dat één specifieke baan voor het leven gegarandeerd moet zijn. Ik bedoel dat het verlies van een baan niet meteen je financiën, je zorg of je vermogen om opnieuw te beginnen kapotmaakt.

Europa zou automatisering en AI bovendien veel agressiever moeten omarmen.

Wanneer de beroepsbevolking krimpt, zijn er grofweg twee manieren om de productie op peil te houden: voortdurend meer werknemers importeren of de werknemers die er al zijn in staat stellen meer te produceren.

Europa zal waarschijnlijk een combinatie van beide nodig hebben.

Maar immigratie mag geen excuus worden om niet te vragen waarom gezinsvorming onder Europeanen zelf zo moeilijk is geworden.

Onthoud voor wie de overheid in de eerste plaats verantwoordelijk is

Dit is misschien het ongemakkelijkste deel van deze brief.

Ik geloof dat democratische verantwoordelijkheid een volgorde kent.

Een Nederlandse regering is in de eerste plaats verantwoording verschuldigd aan de mensen in Nederland. Een Franse regering aan de mensen in Frankrijk. Europese instellingen ontlenen hun legitimiteit en middelen aan Europeanen.

Dat betekent niet dat de rest van de wereld genegeerd moet worden.

Europa moet handel drijven, samenwerken, bondgenootschappen onderhouden, zichzelf verdedigen en helpen wanneer er verschrikkelijke dingen gebeuren.

Buitenlandse conflicten kunnen Europese veiligheids-, economische en strategische belangen raken. Maar dat betekent niet dat regeringen één officiële lezing van de oorzaken, verantwoordelijkheden en mogelijke uitkomsten als vanzelfsprekend uitgangspunt moeten nemen.

Juist bij oorlog moeten burgers kunnen vragen: wat weten we werkelijk, welke belangen spelen er, welke alternatieven zijn overwogen, wat kost onze betrokkenheid, wat zijn de risico’s van escalatie en wat verstaan we onder succes?

Officiële verklaringen mogen nooit het einde van het debat zijn.

Als Europa zich ergens militair, financieel of politiek aan verbindt, moet die betrokkenheid duidelijke doelen, grenzen en evaluatiemomenten hebben. Steun zonder heldere doelstelling of eindpunt is geen strategie.

Europa kan niet iedere oorlog stoppen. Het kan niet iedere humanitaire crisis oplossen. Het kan niet iedereen opvangen die er wil wonen. Het kan niet iedere internationale prioriteit onbeperkt financieren. En het kan mondiale milieuproblemen niet alleen oplossen.

Regeringen moeten kiezen.

Voordat ze weer een grote verantwoordelijkheid op zich nemen, zouden ze moeten weten of de fundamenten thuis functioneren.

Kunnen mensen een woning vinden? Kunnen ze naar een dokter? Leren kinderen wat ze moeten leren? Kan iemand een bedrijf starten zonder maanden tegen bureaucratie te vechten? Zijn publieke ruimtes veilig? Werkt de infrastructuur? Kunnen werknemers genoeg houden van wat ze verdienen? Kunnen boeren plannen voor de toekomst?

Die vragen zijn niet egoïstisch omdat ze binnenlands zijn.

Daar begint democratische legitimiteit.

Een welvarend en zelfverzekerd Europa kan buitengewoon genereus zijn. Een Europa dat langzaam welvaart, vertrouwen en sociale samenhang verliest, verliest uiteindelijk ook het vermogen om anderen te helpen.

Wat ik eigenlijk van je vraag

Ik geloof niet dat de neergang van Europa onvermijdelijk is.

Je hebt nog bijna alles wat nodig is om te floreren: kapitaal, kennis, universiteiten, ondernemers, infrastructuur, werknemers, ingenieurs, wetenschappers, boeren, sterke instituties en honderden miljoenen relatief welvarende consumenten.

Maar ik denk dat je een deel van je vertrouwen in gewone mensen bent kwijtgeraakt.

Te vaak is de reflex wanneer iets misgaat: meer reguleren, meer controleren, meer centraliseren, meer subsidiëren of weer een nieuwe instelling creëren die de gevolgen moet beheren.

Soms is dat nodig.

Te vaak is het automatisch geworden.

Mijn diepere zorg gaat niet over één regel, één migratiebeleid, één klimaatdoel of één overheidsprogramma.

Het gaat om de geleidelijke verschuiving van zeggenschap weg van mensen.

Misschien heb je niet nóg een instelling nodig om weer op de been te komen. Misschien moet je je inwoners weer genoeg vertrouwen geven om mee te helpen.

Geef mensen meer ruimte om te werken, bouwen, bezitten, creëren, gezinnen groot te brengen, fouten te maken, daarvan te herstellen, keuzes te maken en mee te beslissen over wat hun leven vormgeeft. Breng de overheid dichter bij de mensen, niet verder van hen af.

De overheid speelt een essentiële rol om dat mogelijk te maken. Maar de overheid moet een instrument blijven waarmee mensen de samenleving organiseren, niet een systeem waaraan de samenleving zich moet aanpassen.

Ik weet ook dat sommige dingen die ik hier schrijf tot felle meningsverschillen zullen leiden.

Goed.

Ik schrijf dit niet omdat ik verwacht dat iedereen het met me eens is. En ik ben niet geïnteresseerd in het opdelen van mensen in verlichten en onwetenden, links en rechts, goed en fout.

Europa heeft daar al genoeg van.

Ik voer liever een serieus debat over proportionaliteit, prioriteiten, vrijheid, verantwoordelijkheid en de vraag in wat voor samenleving Europeanen werkelijk willen leven.

Ik kan het mis hebben over afzonderlijke beleidskeuzes. Misschien vind jij dat ik klimaatrisico's onderschat, de kosten van migratie overschat of te veel vertrouwen heb in markten en individuele keuzevrijheid. Dat zijn discussies die het waard zijn gevoerd te worden.

Wat ik niet wil, is een samenleving waarin zulke discussies al illegitiem worden verklaard voordat ze überhaupt zijn begonnen.

Europese regeringen hebben jarenlang op nieuwe problemen gereageerd door iets toe te voegen: nog een regel, nog een programma, nog een subsidie, nog een administratief proces, nog een verplichting.

Misschien moet het volgende hoofdstuk ook gaan over dingen weghalen.

Voor ieder substantieel nieuw beleid zou ik één vraag stellen:

Maakt dit het voor een gewoon mens makkelijker of moeilijker om in Europa een goed leven op te bouwen?

Die vraag is voor mij ook persoonlijk. Vijf jaar geleden koos ik ervoor te vertrekken omdat ik geloofde dat ik mijn gezin elders een beter leven kon bieden. Ik weet niet of ik ooit terugkeer. Mijn kinderen praten er soms over dat ze later in Europa zouden willen wonen, en misschien doen ze dat op een dag ook.

Als dat gebeurt, hoop ik dat zij een Europa aantreffen dat weer vertrouwen heeft in zijn eigen toekomst: een plek waar hard werken kansen creëert, waar een huis en een gezin opbouwen haalbaar voelt, waar mensen ruimte hebben om te creëren en hun eigen keuzes te maken, en waar de overheid luistert naar de mensen die zij dient.

Misschien komt Europa weer op de been zonder enige hulp van mij. Dat zou prima zijn. Deze brief is de kleine bijdrage die ik kan leveren vanaf de plek waar ik nu ben.

Ik vertrok uit Europa, maar ik ben nooit opgehouden te hopen dat het weer zal floreren.

Jordi Buskermolen

Mérida, MexicoDeze brief komt voort uit mijn persoonlijke betrokkenheid bij Europa.

← jordibuskermolen.nl